1. Het Hof van Justitie verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, ongegrond
of gegrond.
2. Indien het Hof niet voldoende is ingelicht, kan het bevelen, dat de
behandeling van de zaak op een nader te bepalen datum zal worden hervat.
3. Indien het Hof het hoger beroep gegrond verklaart, vernietigt het de uitspraak
van het Tuchtcollege. In dat geval doet het Hof de zaak zelf af of verwijst
haar naar het Tuchtcollege om haar af te doen met inachtneming van de
beslissing van het Hof.
4. Het Hof doet schriftelijk uitspraak. De uitspraak houdt in de beslissing
omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de
voorschriften waarop zij berust.
5. Het Hof spreekt de beslissing, bedoeld in lid 6, in het openbaar uit, tenzij
anders door het Hof beslist onder motivering van deze beslissing.
6. In afwijking van het in lid 6 bepaalde kan het Hof van Justitie na sluiting van
het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. Van de
mondelinge uitspraak wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
7. De uitspraak wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, het Tuchtcollege,
het Instituut, indien en voor zover toepasselijk aan een extern
toezichtsorgaan op accountants, en in geval van het vermoeden van strafbare
feiten of het ingesteld zijn van een strafrechtelijke onderzoek tegen
betrokkene, ook aan de Procureur-Generaal, gezonden.