1. Voor zover een ouder het gezag over zijn kinderen
uitoefent, kan hij bij uiterste wilsbeschikking bepalen wie na zijn dood voortaan als
voogd
het gezag over deze kinderen zal uitoefenen. 2. Hij kan geen rechtspersoon als voogd
aanwijzen. 3. Hebben beide ouders van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, en sterven zij,
zonder dat men kan weten wie het eerst is overleden, dan bepaalt de kantonrechter
ambtshalve
wiens beschikking gevolg heeft.