Niettemin kan degene, die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surséance van een derde heeft overgenomen, op schuldvergelijking geen beroep doen, indien hij bij overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.
Later overgenomen vorderingen of schulden kunnen nimmer in vergelijking worden gebracht.
De artikelen 51 en 52 vinden overeenkomstige toepassing.