Indien binnen acht dagen, nadat de homologatie van een akkoord definitief is geweigerd, de curator of een schuldeiser bij de rechter-commissaris een voorstel indient tot voortzetting van het bedrijf van de gefailleerde, belegt de rechter-commissaris op door hem terstond bepaalde dag, uur en plaats, een vergadering van schuldeisers ten einde over het voorstel te doen beraadslagen en beslissen.
De curator roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering op bij brieven, waarin het ingediende voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van artikel 109 wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het Gouvernements-Advertentieblad en in de Surinaamse Staatscourant, indien de rechter-commissaris dit laatste wenselijk acht.
Artikel 166, lid 2, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, is van toepassing.