De schuldeiser, die door borgtocht is verzekerd, komt op voor zijn schuldvordering onder aftrek van hetgeen hij van de borg heeft ontvangen.
De borg heeft recht voor hetgeen hij de schuldeiser heeft betaald. Bovendien mag hij voor het bedrag, waarvoor de schuldeiser kan opkomen, voorwaardelijk toegelaten worden, zolang de schuldeiser zelf niet opkomt.