De vorderingen, welke niet betwist worden, worden overgebracht op een in het procesverbaal opgenomen lijst van erkende schuldeisers. Op het papier aan order en aan toonder tekent de curator de erkenning aan.
De schuldvorderingen, van welke de curator de beëdiging heeft gevorderd, worden voorwaardelijk toegelaten, totdat door het al of niet afleggen van de eed op de bij het eerste lid van artikel 115 bedoelde tijd over haar toelating definitief zal zijn beslist.
Het proces-verbaal van de vergadering wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier.
De in het proces-verbaal van de vergadering opgetekende erkenning van een vordering heeft in het faillissement kracht van gewijsde zaak. Alleen op grond van bedrog is de curator bevoegd, daarvan vernietiging te vorderen.