1. Wanneer de goederen van de minderjarigen een door de President van het Hof van Justitie
bepaalde waarde niet te boven gaan, kan de voogd een door hem ondertekende verklaring
daaromtrent in plaats van de boedelbeschrijving inleveren ter griffie van het
kantongerecht. De Minister van Justitie kan een model voor de verklaring vaststellen. De
voogd van twee of meer kinderen van dezelfde ouders kan met een zodanige verklaring
slechts volstaan, wanneer bovendien de goederen der minderjarigen tezamen het dubbele van
de in de eerste volzin bedoelde waarde niet te boven gaan.
2. De kantonrechter kan te allen tijde bepalen dat alsnog een beschrijving van het
vermogen van de minderjarige, zoals dit op de datum van zijn beschikking is samengesteld,
met overeenkomstige toepassing van artikel 338 moet worden opgemaakt en ingeleverd.