Categories

    Recent Posts

    No Posts Found!

    Tags

      Artikel 251

      Een vordering, waarvan het tijdstip van de opeisbaarheid onzeker is, of welke recht geeft op periodieke uitkeringen, wordt op de lijst gebracht voor haar waarde bij de aanvang van de surséance.
      Alle schuldvorderingen, vervallende binnen één jaar na de aanvang van de surséance, worden behandeld, alsof zij opdat tijdstip opeisbaar waren. Alle later dan één jaar daarna vervallende schuldvorderingen worden op de lijst gebracht voor de waarde, die zij hebben na verloop van een jaar na dat tijdstip.
      Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op de bedongen rentevoet.