De curator opent de aan de gefailleerde gerichte brieven, telegrammen en schriftelijk overgebrachte telefoonberichten. Die, welke niet op de boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan de gefailleerde ter hand. De administraties der posterijen, der telefonen en der telegrafen zijn, na van de griffier ontvangen kennisgeving, verplicht, om aan de curator de voor de gefailleerde bestemde brieven, telegrammen en schriftelijk over te brengen telefoonberichten af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangen, bedoeld in artikel 12.
Protesten, de gefailleerde betreffende, worden gedaan aan de curator.
Exploiten, uitgebracht tot uitoefening van de in artikel 53 genoemde rechten, worden gedaan aan de curator.