1. Betreft het een verzoek van een der echtgenoten, terwijl de andere echtgenoot op grond van een geestesstoornis verblijft in een ziekenhuis, verpleeghuis, verpleeginrichting of een psychiatrische inrichting, dan vermeldt het verzoekschrift het feit van dit verblijf.
2. In een geval als bedoeld in lid 1 voegt de rechter aan deze echtgenoot, indien deze nog geen advocaat heeft, een advocaat toe teneinde kosteloos rechtskundige bijstand te verlenen en bepaalt hij tevens een nieuwe termijn voor het indienen van een verweerschrift.