Een vonnis, verkregen tegen de rederij of tegen de boekhouder als zodanig, kan op het gemeenschappelijke vermogen van de leden van de rederij ten uitvoer worden gelegd en daarnaast voor ieders aandeel op het overige vermogen van díe leden, die leden van de rederij waren op de dag dat de vordering waarvoor beslag wordt gelegd, is ontstaan.