Een inbeslagneming van schepen die niet teboekstaan in de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, heeft tot gevolg dat een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of vervrachting, totstandgekomen na de in artikel 565 lid 3 bedoelde betekening, niet tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen.