1. Komt een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging
en opvoeding niet of niet behoorlijk na, dan kan zowel het Bureau voor Familierechtelijke
Zaken als de andere ouder of voogd de kantonrechter verzoeken het bedrag te bepalen dat
deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
2. De rechter kan het in lid 1 bedoelde bedrag reeds bepalen gelijktijdig met een door hem
te geven beslissing omtrent het gezag.