1. Voor een vergunningsaanvraag voor een bouwwerk wordt een vergunningsrecht geheven, waarvan de hoogte, alsmede de grootte van de bouwsom waarover het wordt geheven, bij staatsbesluit worden bepaald.
2. Als bouwsom zal gelden de door de Afdeling Bouw- en Woningtoezicht geraamde waarde van het op te zetten bouwwerk.
3. Bij staatsbesluit kunnen regels worden gegeven betreffende het geheel of gedeeltelijk verlenen van vrijstelling van de heffing als bedoeld in lid 1.
4. Indien de vergunninghouder geen gebruik maakt van de hem verleende bouwvergunning, zal hem op zijn verzoek 50% (vijftig procent) van de door hem betaalde heffing worden gerestitueerd.
5. Bij een verzoek tot verlenging van de bouwvergunning is 10% (tien procent) van de heffing verschuldigd.
6. Bij een verzoek tot wijziging van het bouwplan vindt herziening van de heffing plaats, met dien verstande evenwel dat er geen restitutie plaats vindt.