Ten bepaalde dag behoort de kantonrechter in raadkamer de schuldenaar, de bewindvoerders en de in persoon of bij schriftelijk gemachtigde opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeiser is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
De kantonrechter kan de schuldenaar definitief surséance verlenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 223 bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zodanige vorderingen.
Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de kantonrechter.
Surséance wordt niet definitief verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeisers tijdens de surséance te benadelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen.
De kantonrechter, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorlopig, verleende surséance gehandhaafd tot de beschikking van de kantonrechter in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien een aanvraag tot faillietverklaring en een verzoek tot surséance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.