Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van het kantongerecht neergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
De kantonrechter zal dadelijk de gevraagde surséance voorlopig verlenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met de schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt hij, dat de bekende schuldeisers, benevens de schuldenaar, tegen een door hem op korte termijn bepaalde dag, door de griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verlenen van de gevraagde surséance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd.