De curator is verplicht het advies der commissie in te winnen, alvorens een rechtsvordering in te stellen of een aanhangige voort te zetten of zich tegen een ingestelde of aanhangige rechtsvordering te verdedigen, behalve waar het geldt verificatiegeschillen; omtrent het al of niet voortzetten van het bedrijf van de gefailleerde; alsmede in de gevallen van de artikelen 33, 35, 36, 54, tweede lid, 69, tweede lid, 95, 96, 169, derde en laatste lid, en in het algemeen omtrent de wijze van vereffening en tegeldemaking van de boedel en het tijdstip en het bedrag van de te houden uitdelingen.
Dit advies wordt niet vereist, wanneer de curator de commissie tot het uitbrengen daarvan, met inachtneming van een bekwame termijn, ter vergadering heeft opgeroepen en een advies niet wordt uitgebracht.